Print deze pagina

Vroege Earrings

Door Jan Sander

The Golden Ear-rings van 1961-1965 

Het voorkamertje van Fred van der Hilst

Een band als Golden Earring die zoveel jaren bestaat, nodigt uit in hun geschiedenis te duiken. Vandaar een interview met Fred van der Hilst, Hans van Herwerden, beiden met George en Rinus in de eerste bezetting van de band, Peter de Ronde en Frans Krassenburg, gitarist, respectievelijk zanger in de beginjaren van The Golden Earrings. 

Fred van der Hilst, de eerste drummer van The Golden Earrings, speelt vanaf de oprichting in 1961 tot en met het optreden op de Pier in Scheveningen medio 1965 in de band.

Hans van Herwerden speelde van begin 1962 tot en met eind 1963 slaggitaar in de eerste bezetting van de Earrings. In de jaren dat Fred en Hans in The Golden Earrings speelden, nam de band geen platen op.

Peter de Ronde, de vervanger van Hans van Herwerden, speelt slaggitaar in de band van eind 1963 tot en met eind 1966. Hij maakte met The Golden Earrings de singles 'Please Go' (1965), 'That Day', 'If you leave me', 'Daddy buy me a girl', 'Rum and Coca-Cola' en 'Don't run too far' (1966) en de lp 'Just Ear-rings' (1965). Samen met George en Rinus schreef hij de b-side van 'Please Go' 'Chunk of steel'. Peter speelt ook gitaar op het nummer 'Not to find' (1965), de b-side van de nooit officieel uitgebrachte single 'Lonely Everyday' (1965). Peter speelt mondharmonica op 'Please Go', 'Holy Witness', 'When People Talk' en 'Not to find' en zingt op de achtergrond op 'Please Go'. Peter zong tijdens optredens ook op de achtergrond en speelde mondharmonica.


1965. De eerste single, Please Go, bereikte nummer 10 in de hitparade.

Frans Krassenburg komt begin 1964 als zanger bij The Golden Earrings en verlaat de band in de zomer van 1967. Hij maakte met de Earrings de singles en de lp die Peter ook met de band opnam en de lp ‘Winter Harvest' (1967) en de single ‘In my house’ (1967). Frans zingt ook op 'Not to find' (1965) en 'Sound of the screaming day' (1967). Frans maakt na het verlaten van The Golden Earrings een aantal solo singles en een solo lp. Op zijn lp staat een mooie uitvoering van het nummer 'Golden Earrings', het openingsnummer van de optredens in de begintijd van The Golden Earrings, het nummer waaraan de naam van de band is ontleend!

The Golden Earrings komen uit de wijk Oostbroek, gelegen tussen het Zuiderpark en de De La Reyweg in Den Haag. George groeide op in de Hulshorststraat 145; Rinus woonde om de hoek in de Terletstraat 13, schuin boven Fred, die op 21 woonde. Hans woonde op de Hattemlaan 54, Peter in de Voorthuizenstraat 89 en Frans in de Schaarsbergenstraat 154. Een beatgeneratie op 'de vierkante kilometer'. Een verhaal over het begin van The Golden Earrings, een buurtband van babyboomers.

1961: George en Rinus
Op 8 jarige leeftijd krijgt George van zijn ouders een Spaanse gitaar, gaat naar een muziekschool en krijgt in 1961 van zijn vader een akoestische Höfner jazzgitaar. George kwam in contact met buurtgenoot Rob Gerritsen, die via de radiogids boekjes met gitaarlessen had besteld. Het gitaar spelen ging Rob niet gemakkelijk af, zijn broer Rinus wel.
Rinus: "Als Rob naar zijn werk was, ging ik oefenen. George kwam bij Rob langs om gitaarles te geven, maar Rob maakte zo weinig vorderingen dat George en ik zijn doorgegaan. Zo is de band ontstaan!"
George: "Op 8 of 9 jarige leeftijd luisterde ik naar The Everly Brothers, Little Richard, The Shadows en The Ventures. In de straat speelden jongens gitaar en daarom wilde ik er ook één. Ik heb les gehad van een neef die vrij goed Django Reinhardt gipsy jazz speelde. Hij heeft me akkoorden leren spelen en op een gegeven moment kon ik dat redelijk, maar solo spelen ging nog wat minder. Solo’s leer je met vallen en opstaan en in de beginperiode speel ik dan ook eenvoudige solo’s." George speelde langer dan Rinus en ging solo spelen en Rinus slaggitaar. Ze oefenden meestal bij George thuis.

1961: George, Rinus en Fred: The Tornados
George en Rinus gaan op zoek naar een drummer en vinden die in de onderbuurjongen van Rinus, Fred van der Hilst. Fred: "Ik zag George regelmatig met zijn gitaar het portiek van Rinus inlopen om bij hem te gaan oefenen. Zo ben ik met George in contact gekomen. Ik speelde geen instrument, maar ik dacht drummen moet toch kunnen! Ik was altijd met drums bezig. Een drumstel leek iets onbereikbaars. Op mijn middelbare school heb ik mij voor een feest zelfs laten fotograferen achter het drumstel van een dixielandband! Als jongetje luisterde ik naar nummers als 'Ín the mood' van Glenn Miller en naar drummers als Gene Krupa en Philly Joe Jones. Ik ging zelfs zo ver dat ik voor de band van hout en karton een lessenaar had gemaakt, zoals big bands die hadden, met de naam ‘The Tornados' er op! George en Rinus zullen me uitgelachen hebben, want dat hoort niet bij rock & roll!”

"Ik ben begonnen op een paraplubak die ik overspannen had met een rood en doorzichtig geruit plastic tafelkleed. Later heb ik een echte snaredrum gekocht, waarvoor de vader van Rinus, Oom Rinus, eigenhandig een standaard heeft gemaakt. Hij was een man die 'alles' kon maken. Mijn eerste bekken was een deksel van een pressure cooker gemaakt door Oom Rinus!"
"Ik stond regelmatig ademloos voor de etalage van de firma De Hooge in het Westeinde naar drumstellen te kijken. Stap voor stap heb ik een Westend drumstel bij elkaar gespaard; een hi-hat, een bekken, een floortom, een kleine tom en de bassdrum. Ik droomde in die tijd al van een dubbelbass, maar dat is er nooit van gekomen. Ik ben wel heel blij dat ik mijn Westend drumstel, inclusief de snare standaard van Oom Rinus, nog steeds heb!"


Fred van der Hilst en zijn fraaie wit parelmoeren Westend drumstel in 1963. (Privéfoto Fred van der Hilst).

Rinus: “Fred was zeer trots op zijn trommels en koesterde ze alsof het goud was. Eigenlijk vond hij het zonde om er op te slaan! Hij poetste ze liever op. In die tijd werden de vellen nog gemaakt van dierlijk materiaal, varkensblaas of zoiets. Ze hadden de lastige eigenschap dat ze reageerden op de weersomstandigheden. Bij mooi zonnig weer klonken ze het best: hooggespannen, flitsende roffels vulden onze oefenruimte, maar bij regen of vochtigheid in de lucht landde de drumstok op een zandzak en veroorzaakte een bijpassend geluid. Stemmen en nog eens stemmen, maar dat was het moment dat Fred zijn hakken in het zand zette. Er werd niet aan de stemsleutels gedraaid! ‘Stel je voor morgen wordt het mooi weer en ik ben niet thuis. Dan knallen mijn trommels uit elkaar!’ Fred’s drumstel was ooit door de heer De Hooge persoonlijk op toon gezet en daar moesten we het mee doen!”

Fred: "George en Rinus zochten de nummers door de weeks uit. Ik moest door de weeks hard leren op het gymnasium van de Dalton. Op zaterdag repeteerden we heel serieus tot een nummer goed klonk. George ging tijdens het oefenen wel eens achter het drumstel zitten om iets voor te doen! Ik was niet zo'n goede drummer, maar ik kon wel meekomen. Daarvoor moest ik zelf veel repeteren. De lastige 5/4 maat van 'Take Five' van Dave Brubeck kon ik op gevoel spelen. We oefenden bij mij thuis in een kamertje aan de voorkant aan de straat, deels onder de trap van het portiek. Laag onder de trap stonden de versterkers. Voordat we een Dynacord echo-apparaat kochten, hadden we een bak met gespannen veren dat een ruimtelijk effect gaf. Een spannend geluid dat we o.a. gebruikten in het nummer 'In The Hall Of The Mountain King'." “Na het oefenen op zaterdag gingen we een patatje eten bij een patatkraam op de hoek van de Dierenselaan en de Apeldoornselaan. Door zelf geen patat te kopen, spaarde ik een kwartje uit voor mijn drumstel. Ik at wel een patatje mee van de anderen!"

"We zijn begonnen als gitaar combo zonder zang met instrumentale muziek van The Shadows en The Ventures. We gebruikten radio's als versterkers. Als openingsnummer van een optreden speelden we het nummer 'Golden Earrings' in de uitvoering van de Engelse band The Hunters. George heeft in die tijd ook een instrumentaal nummer geschreven 'Snamyook', 'Kooymans' omgedraaid, zoals Marvin van The Shadows had gedaan met het nummer 'Nivram'. Van The Shadows speelden we o.a. 'Apache', 'Home on the ranch' en 'Quartermaster's Stores', allemaal instrumentale nummers.”
"George en Rinus waren altijd met muziek bezig; ze waren zeer gespitst op de band. George kon in de begintijd al fantastisch gitaar spelen. Zo speelde hij de Duke Ellington klassieker 'I'm beginning to see the light' in prachtige akkoorden. George en Rinus speelden 'groot', dat wil zeggen met barré-akkoorden. Rinus speelde toen al op een stuwende manier bas."

Uit de begintijd moet ook de naam van Frank Bekker worden genoemd. Frank heeft George in 1961 een week of drie vervangen in de periode dat George zijn duiven belangrijker vond dan het spelen in een band. Frank woonde schuin achter George aan de Nunspeetlaan 384. Terwijl de band bij Frank thuis aan het oefenen was, konden ze George met zijn duiven bezig zien!

Frank: “Ik had pas een paar weken gitaarles toen George stopte met gitaarspelen en Rinus mij vroeg bij ze te komen spelen. Ik kende de jongens uit de buurt en Fred was een vriendje van mij. We zaten op de Theo Thijssenschool aan de Nijkerklaan. Mijn ouders hadden een wandelclub KMD, Klein Maar Dapper, en samen met  o.a . Rinus, Fred en Milly (zus van Rinus en de vrouw van George, red) liepen we de bekende Haagse Duinenmars.”
“Ik had een witte Egmond gitaar. Rinus was in die tijd aan het oefenen om sologitaar te spelen; we oefenden bij mij thuis en keken schuin links omhoog naar het huis van George. We speelden van The Shadows  o.a. de single 'Apache' en de geweldige b-kant 'Quartermaster's Stores'.”

Begin 1962: George, Rinus, Fred en Hans: The Golden Ear-rings
Terwijl George, Rinus en Fred op zoek gaan naar een bassist vinden ze een slaggitarist. Het is buurtgenoot Hans van Herwerden. Hans: "Via Bennie van Asperen, die bij mij op de Mulo zat, ben ik begin 1962 in contact gekomen met George, Rinus en Fred. Bennie vertelde mij op een dag dat hij een leuk bandje kende en vroeg of ik zin had om een keer mee te gaan naar de Terletstraat. De stemming zat er direct goed in op die bewuste middag dat ik met Bennie mee ging naar de Terletstraat en ik begon spontaan mee te spelen in het achterkamertje bij Fred. George, Rinus en ik speelden die middag op akoestische gitaren en Fred speelde op een begin van een drumstel. 's Avonds kwamen George en Rinus bij mij aan de deur om te vragen of ik zin had om vast bij hun band te komen spelen en daar had ik wel zin in. Rinus is daarna bas gaan spelen."

Bijna was dezelfde Bennie van Asperen bassist van de groep geworden, maar omdat hij in plaats van een basgitaar een zessnarige gitaar kocht, werd hij geen lid van de band! Het bleek moeilijk een bassist te vinden en uiteindelijk is Rinus bassist geworden. Eerst op een zessnarige gitaar, vervolgens op een geleende bas van een jongen uit de buurt en tenslotte op een rode basgitaar die door zijn vader, 'de ingenieur', medio 1962 is gemaakt. Bijna 50 jaar later speelt Rinus zo nu en dan nog steeds op deze gitaar, die hij begin jaren tachtig na een restauratie de naam 'Darwin' gaf.

Hans: "Van 1956 tot 1960 heb ik op gitaarles gezeten bij Muziekschool Zwaag op de Regentesselaan. Omdat ik begin 1962 geen elektrische gitaar had, heeft Rinus iets voor mij geregeld. Het gaat om de gitaar van Tjibbe Veeloo die met Joop Oonk, een buurjongen van George, in The Jumping Jewels speelde. Ik denk dat via deze weg de gitaar bij Rinus terecht is gekomen. Het is duidelijk te zien dat de body van deze gitaar dezelfde vorm heeft als de gitaren die door de vader van Rinus zijn gebouwd. De body, ook van multiplex, is wel iets dunner en er zit een Höfner-hals op. De hals zat toen ik de gitaar kreeg niet helemaal recht op de body en speelde niet lekker. De vader van Rinus heeft hem gerepareerd en in de bekende rode kleur gelakt. Daarna speelde de gitaar heel soepel en zag er prachtig uit. Helaas heb ik deze gitaar niet meer in mijn bezit! De gitaar waarmee George in die tijd speelde is in 1961 gebouwd door de vader van Rinus, compleet met Ideal-elementen en een Hagström-pook. Deze gitaar was voor Rinus bedoeld, maar omdat Rinus overstapte naar basgitaar heeft George deze gitaar in gebruik genomen. De 'Darwin' bas heb ik nog door de vader van Rinus in 1962 zien bouwen.”
Rinus: “Het model was voor die tijd vrij gedurfd: de twee scherpe punten die doen denken aan een haai.” Fred: “De bas die de vader van Rinus heeft gemaakt is prachtig geslepen op de werkbank in het achterzijkamertje. Hij heeft een prachtige rode gloed met iets van een glittering.”

Hans: "George is in de zomer van 1962 tomaten gaan plukken in het Westland en heeft van het verdiende geld een 100 Watt Geloso versterker en twee losse luidsprekers gekocht. Deze luidsprekers zijn in de kasten gemonteerd die door de vader van Fred zijn gemaakt. Voor de kasten zat zwart doek en zijn door de vader van George blauw gelakt. Ondertussen had ik een nagalm-apparaat en een 15 Watt versterker gebouwd. Het nagalm-apparaat werd op de Geloso aangesloten en Rinus gebruikte de 15 Watt versterker voor zijn basgitaar in combinatie met een fraaie baskast die door zijn vader was gemaakt."

"Begin 1962 was 'het beroemde voorkamertje' bij Fred nog niet in gebruik als oefenruimte. Omdat we met ons vieren meer ruimte nodig hadden en Fred's drumstel begon te groeien, waren de ouders van Fred zo aardig om het voorkamertje aan ons af te staan."
Rinus: "We repeteerden met z'n vieren bij Fred thuis in het voorkamertje. Wij hadden een klein podium in de kamer gemaakt onder de trap waar het drumstel opstond. Op de muur hebben we met een lamp onze schaduwen geprojecteerd en overgetekend, zodat we onze silhouetten met gitaren op een rij op een blauwe wand konden schilderen. De bovenbuurman had er de grootste moeite mee dat we daar oefenden. Die was aan het stampen dat de gitaren onder het kalk zaten! Tijdens het repeteren stond het raam op een kier; de mensen die bij de bushalte stonden te wachten, werden er gek van!"

Hans: "We oefenden bij Fred op zaterdagmiddag van 2 tot 5. We speelden The Shadows 'van a tot z'. We hadden ook veel nummers van The Ventures op ons repertoire staan, waaronder 'Caravan', een jazz-standard van Duke Ellington in gitaarrock uitvoering van The Ventures en hun versie van 'Somewhere over the rainbow' en o.a. 'Walk, don't run', maar ook nummers van 'The Great American Songbook' die je nu voor onmogelijk houdt als 'Tea for two'. We speelden ook 'Sweet Georgia Brown', een jazz-standard. George speelde eerst het thema, de melodie en daarna een eigen solo over het akkoordenschema, vervolgens een eigen solo van Rinus op bas en ik speelde daarna een eigen solo in akkoorden in Django Reinhardt stijl. Daarna weer het thema gespeeld door George. Verder speelden wij 'Take Five' met lastige 5/4 maat. Ook bij dit nummer veel eigen solo's.
Ik kan me ook herinneren dat we 'Twist and Shout' speelden, waarbij George en ik zongen en het heerlijke nummer 'Green Onions' van Booker T. & the M.G.'s. Van de Engelse band Nero and the Gladiators deden we 'Entry Of The Gladiators' en 'In The Hall Of The Mountain King'". Ik herinner me dat we ook de instrumentale uitvoering van Lonnie Mack van 'Memphis Tennessee' en het nog altijd bekende nummer 'Wipe Out' van The Surfaris speelden. We oefenden tussendoor zonder drums bij Rinus thuis. Het ging dan meestal om nieuwe nummers die door Rinus met behulp van de bandrecorder van zijn vader werden uitgezocht. George en ik speelden op een akoestische gitaar en om een beetje volume te krijgen sloot Rinus zijn basgitaar aan op een oude radio."

Fred: “Als reclame hebben we een bordje laten graveren en voor het raam van de oefenruimte geschroefd met de tekst: "Guitar Combo The Golden Ear-rings Terletstr. 21 Den Haag Tel. 322776". Het telefoonnummer was van Rinus, want wij hadden zelf geen telefoon!”



Een unieke afbeelding van het originele bordje!


Hans: "Ons eerste optreden, met geleende versterkers, was in 1962 bij ons in de buurt in gebouw Custodia *** in de Brandtstraat. De foto van het schoolfeest in juni 1962 is genomen in de gymzaal *** van mijn Mulo ** op de hoek van de Hulststraat en de Meidoornstraat. Rinus speelt hier op een Höfner vioolbas geleend van Henk Boersma uit de Vaassenstraat. We vervoerden onze instrumenten in een antiek grijs busje van een bloemenman met het logo van Fleurop er op of mijn vader hielp met zijn auto."

Fred: "Op de foto van het schoolfeest uit 1962 is te zien dat mijn drumstel nog niet compleet is; zo ontbreekt de bass drum en de kleine tom."


1962, Optreden op een schoolfeest in de gymzaal van de Mulo van Hans van Herwerden. Het Westend drumstel van Fred van der Hilst is nog niet compleet. Rinus speelt hier op een geleende Höfner vioolbas.
V.l.n.r.: Hans van Herwerden, Fred van der Hilst, Rinus Gerritsen, George Kooymans. (Privéfoto Fred van der Hilst).

"De foto waarop Hans voor het drumstel ligt, is in de tuin van de Terletstraat 21 genomen voor een lichtblauw plastic gordijn. Je ziet rechts nog een stukje van de achtergevel. Mijn drumstel is compleet; de gitaren zijn ook compleet. Het moet na maart 1963 zijn geweest, want toen ik voor het eerst een vel van de bass verwisselde vond ik een exemplaar van de Nieuwe Haagse Courant van 26 maart 1963! De Hooge had het er ingestopt om het geluid van de bass te verbeteren!"


1963, in de tuin van de Terletstraat 21. Het Westend drumstel van Fred van der Hilst is compleet.

"In het begin huurden we ook wel eens een drumstel voor een optreden. Tijdens een optreden in de Eekhoorn heb ik een keer gebruik gemaakt van het drumstel van onze voorbeelden The Jumping Jewels! Tijdens de optredens droegen we een wit overhemd en allemaal hetzelfde dasje. Van de foto met Hans voor het drumstel is door George de rechterhoek afgescheurd omdat hij zijn broekspijpen te nauw vond!"
“We speelden ook 'La Bamba' en 'If I had a hammer' van Trini Lopez. George kon eindeloos doorgaan met ‘If I had a hammer’, het publiek vond het prachtig!”
“We verdienden niet veel met onze optredens, maar van het eerste verdiende geld heb ik wel de koffers voor mijn drumstel gekocht in het Westeinde.”

Hans: "Begin 1962 was de naam The Golden Earrings er al. Het verhaal dat de naam in december 1962 door de hit 'Telstar' van de Engelse groep The Tornados gewijzigd moest worden, klopt volgens mij niet. Waarom de naam van The Tornados in The Golden Earrings is gewijzigd dat weet ik niet, want die beslissing is voor mijn tijd genomen. Ik weet wel dat de band in 1961 een andere naam had, maar dat die naam 'The Tornados' was, weet ik pas sinds het verschijnen van het boek 'Haags(ch)e Bluf' in 1992. Het nummer 'Golden Earrings' in de uitvoering van de The Hunters uit 1961 stond begin 1962 al als openingsnummer op het repertoire. Een optreden werd er ook mee afgesloten, zo ging dat in die tijd.”

Rinus geeft een andere lezing over de beginperiode: '"Ons allereerste optreden was op de Mulo van Hans op een zaterdagavond. Overdag hoorden we op de radio het nummer 'Telstar’ van een Engelse band die The Tornados heette! We werden gek! Dezelfde dag hebben we onze naam veranderd. We speelden als openingsnummer een instrumentaal nummer dat 'Golden Earrings' heette en besloten de band The Golden Earrings te noemen." Op de eerste door de band gemaakte visitekaartjes staat: "guitar combo The Golden Ear-rings" (let op het streepje!; red).
Fred vertelt de derde versie over de naamwisseling: "Er was een andere band in Den Haag die langer bestond die ook The Tornados heette. Volgens mij heb ik toen voorgesteld om onze band The Golden Earrings te noemen naar aanleiding van onze openingstune. The Golden Earrings klinkt als ons voorbeeld The Jumping Jewels, de band van Joop Oonk, die in het portiek naast George woonde. George gaf als sologitarist basgitaarles aan Joop Oonk!"

Hans: "Rinus en George zijn uitstekende muzikanten. In die tijd speelden ze de songs die we coverden al anders dan op de plaat. Er werd veel geïmproviseerd. Bijvoorbeeld op 'Nivram' van The Shadows, een jazzy-nummer met ruimte voor improvisatie. George speelde een heel andere solo dan op de originele opname uit 1961. Hetzelfde geldt voor Rinus, ook een eigen solo en geen kopie van de opname. Je moet wel talent hebben om op zo'n jonge leeftijd, George was 14 en Rinus 16, al eigen ideeën te hebben voor een solo. Was dat de basis van de lange solo's in 1969?" "Door een conflict met het ouderlijk gezag ben ik eind 1963 gestopt met het muziek maken met George, Rinus en Fred."

The Golden Earrings speelden in 1962 en 1963 in Den Haag voornamelijk op schoolfeesten, ook op het Dalton Lyceum *, de school van Fred, aan de Aronskelkweg 1, de Zuiderpark HBS *, de school van Rinus aan de Zuidlarenstraat 59, de Anne Frank Mulo *, de school van George, in de Weesperstraat 87-89, op een Voddenbal in het rolschaatspaviljoen De Eekhoorn *** aan het einde van de Leyweg en in een bovenzaaltje *** op de hoek van de Rijswijkseweg en de Laakweg. 


V.l.n.r. Fred van der Hilst achter het Westend drumstel, Hans, Rinus en George tijdens een schoolfeest in 1963 op het Dalton Lyceum, de school van Fred en van Jan Sander, de auteur van dit artikel. (Privéfoto Fred van der Hilst).

Eind 1963: George, Rinus, Fred en Peter
Peter: "In de tijd dat ik bij de Earrings kwam, was ik een band aan het formeren met o.a. slaggitarist Piet van der Ploeg. Piet was een klasgenoot van George. Op een dag kwamen George en Rinus bij mij thuis en mocht ik auditie doen om bij hen te komen spelen! Ik had een Höhner, waarop ik een element had gezet. Iets later kocht ik een knalrode Egmond gitaar en een Egmond versterker. Weer later een Framus, een Duitse gitaar met een Gibson model. We speelden vooral nummers van The Ventures. George, Rinus en ik oefenden af en toe bij Rinus op zijn kamer één hoog aan de straatkant; George en ik op akoestische gitaren en Rinus die zijn basgitaar op een versterker aansloot. Meestal oefenden we met z’n vieren bij Fred thuis in het voorkamertje. Ik herinner de blauwe muurschildering met "shadows' van de band!"

De bekende foto's uit die tijd zijn gemaakt op het dak van de garage aan de Hulshorstraat 192 om de hoek van de Terletstraat en zijn genomen door de vader van Peter. Via de tuin van Fred zijn ze met behulp van een ladder op het dak van de garage geklommen.
Eén van de eerste optredens in de bezetting met Peter was op een feestavond van het PvdA wijkbestuur in het CJMV zaaltje * op de hoek van de Heelsumstraat en de Hoenderloostraat.

Peter: "We hadden een paar Geloso versterkers en door de vader van Fred en George gemaakte blauwe speakerboxen. George en ik gebruikten samen één versterker. Rinus had zijn eigen basversterker. We kochten de apparatuur bij Jaap Pas in de Ellekomstraat die samen met Erik Ballegooijen in geluidsapparatuur handelde. Wij kochten er o.a. AKG, Shure en Sennheiser microfoons en een Echolette van Dynacord. Na een optreden of na een oefensessie gingen we vaak een broodje eten bij cafetaria Schavemaker ** op de Dierenselaan of bij Talamini ** op het Soestdijkseplein een patatje of ijsje eten. Aan de overkant bij Disco Zuid ** op de Zuiderparklaan hielden we handtekeningen sessies bij het uitkomen van 'Please Go' en 'Just Ear-rings'!

“George was zondermeer de initiator van de band; hij had een doel voor ogen en ging er recht op af! Rinus en George zijn een uniek muzikaal koppel, ze vullen elkaar uitstekend aan. George schrijft weliswaar de meeste nummers van de Earring, maar Rinus heeft ook hele mooie nummers gemaakt."
The Golden Earrings speelden ook tussen eind 1963 en midden 1964 in Den Haag veelal op schoolfeesten, zoals op het Dalton Lyceum *, maar ook op een dansschool ** op de hoek van de Apeldoornselaan en de Loosduinsekade.

Midden 1964: George, Rinus, Fred, Peter en Frans
Om de songs van o.a. The Beatles te kunnen spelen, gaat de band op zoek naar een zanger. Die wordt gevonden in de persoon van Frans Krassenburg, de zanger in de band van de eerder genoemde Bennie van Asperen, The Black Jets. Voordat Frans bij The Earrings komt, zingt hij af en toe al mee. Het moment dat Frans de zanger van The Golden Earrings werd, markeert het begin van een nieuwe periode voor de band: van guitarcombo tot beatgroep. De bekende foto's van deze bezetting zijn genomen in het Zuiderpark.

Frans: "Voordat ik bij de Earrings kwam, speelde ik achtereenvolgens in The Sparks, The Sharks en The Black Jets. Ik woonde dicht bij de jongens van de Earrings in de Schaarsbergenstraat. Toen de bassist van The Black Jets een keer ziek was, vroegen we Rinus om in te vallen. Hij was nog niet gewend in een weekend vier keer te spelen en de maandag er op stonden de blaren op zijn vingers! Blijkbaar vond hij mij een goede zanger, want toen de Earrings een zanger zochten, vroegen ze mij. Ik was in die tijd een grote fan van Cliff Richard. Rond mijn 12e kreeg ik van mijn ouders een gitaar. Ik heb nog steeds een mooie Otwin, die George voor de opname van 'Please Go' had geleend van Servaas ** (bekende muziekhandel in de Schoolstraat in Den Haag, red.), dat kon in die tijd als je een bekend bandje was! Ik vond die gitaar zo lekker spelen dat ik hem heb gekocht."
"We oefenden op eenvoudige apparatuur in het voorkamertje van Fred; Fred zat links in de hoek en we propten ons met z'n vijven in zijn kamertje! Om aan nummers te komen luisterden we naar Radio Luxemburg en schreven de teksten uit. De vader van Rinus had een bandrecorder, waarop we nummers van Radio Luxemburg opnamen om uit te zoeken. Als we bepaalde Engelse woorden niet verstonden, zongen we maar wat! George zocht de akkoorden uit.”

“In het begin dat ik bij de Earrings kwam, speelden we vooral songs die in Nederland nog niet uitgebracht waren. Zo speelden we in de Houtrustrotonde 'I feel fine' van The Beatles en iedereen dacht dat het een nummer van de Earrings was! Andere nummers die we speelden waren 'I can't get no satisfaction' van The Rolling Stones en nummers van Gerry & the Pacemakers, The Kinks, The Hollies en The Animals. We speelden ook 'She's not there' van The Zombies, waarop Rinus tweede stem zong."
Rinus weet zich te herinneren dat hij 'It's all over now' van de Stones zong. "Bij de opname van 'Please Go' kwam de band er wel achter dat ik niet kon zingen!" Rinus heeft overigens tot en met begin 1967 tijdens live optredens op de achtergrond gezongen, o.a. bij 'Another man in town'.
Fred: "In de Houtrustrotonde traden we vaak op voor een uitzinnig publiek. We speelden een aantal covers van The Beatles, waaronder 'I saw her standing there'. Frans en George konden die nummers samen goed zingen. De tijd van de Houtrustrotonde was ook de periode dat diverse mensen zich als manager van de band aandienden. Uiteindelijk is Jacques Senf manager van ons geworden.”


De Haagse Houtrusthallen, al lang geleden gesloopt. In de beginjaren '60 was de HOKIJ, de Haagse ijs(hockey)baan gevestigd in het gebouw achteraan. Het was de eerste overdekte kunstijsbaan in Nederland. Vooraan de Houtrustrotonde, waar 't hier om gaat.

Frans: "Deel van het succes in het begin was dat George nummers schreef. We speelden 'Please Go', 'Chunk of Steel', 'Lonely Everyday' en 'Not to find' al driekwart jaar live voordat 'Please Go' op single uitkwam. Die vier nummers zijn op één dag opgenomen, met het idee twee singles uit te brengen. George is een geweldige componist en een echte doorzetter. De Earrings was een zeer gedisciplineerde band. Niet roken en niet drinken. Ik was de enige die rookte. De band had en heeft nog steeds een bijzondere uitstraling. Je bent een Earring of je bent het niet; zo simpel is het. De combinatie van de leden van de band was en is goed. Zo vind ik de stem van George en die van mij heel mooi bij elkaar passen. Op de plaat zong George de lage stem en ik de hoge, live deden we het andersom. We waren volgens mensen die ons in de beginjaren zagen, zoals Micha Hasfeld van The Clarks, al een professionele band. Hij heeft wel eens gezegd dat we b.v. in de Houtrustrotonde *** (o.a. op 20 januari en 25 februari 1965) onze spullen altijd snel neerzetten, inplugden en direct gingen spelen. Terugkijkend lijkt het wel of we iedere zondagmiddag in de Houtrustrotonde speelden!"

The Golden Earrings speelden tussen midden 1964 en midden 1965 in Den Haag o.a. ook op het Dalton Lyceum *, het Stevin HBS *, de school van Peter aan de Zuidlarenstraat 59, het Eerste VCL * aan de Van Stolkweg, het 2e VCL * aan de Goudsbloemlaan 131, in De Haard ** in de Daguerrestraat 16, L'Espérance *** op de hoek van de Reinkenstraat en de Laan van Meerdervoort, De Drie Stoepen ** op de Prinsengracht 71-73, Amicitia *** in het Westeinde 15, restaurant grand-café Den Hout *** aan de Bezuidenhoutseweg 11-13, het rolschaatspaviljoen De Eekhoorn *** aan het einde van de Leyweg, in de Wildhoef * aan de Evert Wijtemaweg en op de Pier * in Scheveningen.

Terugblikkend kan je stellen dat in het voorkamertje van Fred van der Hilst in de Terletstraat 21 de basis is gelegd voor het succes van Golden Earring. Zoals Rinus zegt: "Hier hebben we 'Please Go' in elkaar gedraaid!". "De groep had in die tijd al fans die in het portiek of aan de overkant zaten te luisteren en mee te zingen met 'Please Go'", weet de moeder van Rinus zich te herinneren.

Tot zover het verhaal over The Golden Ear-rings vanaf het begin in 1961 tot midden 1965; hoe het vanaf de release van 'Please Go' met de band verder gaat, is inmiddels wereld(pop)geschiedenis!

Fred, Hans, Peter en Frans zeer veel dank voor het interview!

Bronnen:
Haags(ch)e bluf, Pieter Franssen
FC Dood, Bart Chabot
Haagse Iconen, TV West, Fred Zuiderwijk
De Bassist, Basstory, column Rinus
'Het grote Golden Earring boek'
Eigen materiaal van Jan Sander

 *        locatie bestaat nog en heeft dezelfde bestemming
**      locatie bestaat nog, maar heeft een andere bestemming
***    locatie is afgebroken

 P.S. De meeste songs die in het artikel worden genoemd, zijn op YouTube te beluisteren.

Jan Sander
Den Haag, maart 2011
jan [punt] sander [at] planet [punt] nl

Jan, hartelijk bedankt voor je prachtige verhaal en je toestemming om het hier te mogen plaatsen. Geweldig dat ook Fred van der Hilst bereid was zijn (privé) foto's hiervoor af te staan.
AP / RvdW.

Naschrift: dit artikel is in 2 delen eveneens verschenen in De Oud Hagenaar d.d. 14 juni  en 28 juni 2011.


Vorige pagina: Meer over Tonny
Volgende pagina: Jaap Eggermont