Print deze pagina

Exclusief kunstwerk

John van der Ree postte in het Gastenboek een fraai inkijkje in de tijd dat hij de Firma De Hooge bezocht. Wegens technische beperkingen van het Gastenboek werd zijn verhaal in een aantal delen vermeld. We menen John en zijn schrijven recht te doen door deze bijdrage hier in z'n geheel te plaatsen.


Exclusief kunstwerk

Met nogal veel moeite had ik een Westend drumstel (minus de side) bij elkaar gesprokkeld. Bram de Hooge vervaardigde begin jaren zeventig geen sets meer, maar je kon altijd een beroep op hem doen voor advies, onderdelen en dergelijke. Nu bezat ik een Westend drumstel maar alleen de kenner kon dat in een oogopslag als zodanig herkennen. Daar moest iets aan gedaan worden.

Ik vroeg Bram naar het mij bekende Westend-logo op de bassdrum; hij deed een beetje mysterieus. Ja, dat 'probleem' kon hij oplossen. Hij verdween naar achter en kwam tevoorschijn met een sjabloon met uitgesneden Westendletters (de tweede versie). Hoe te handelen? Ik kon het sjabloon wel eventjes van hem lenen, maar zijn verzoek was of ik zelf een nieuw kartonnetje wilde maken door zijn origineel over te trekken en uit te snijden. Het leek mij geen probleem. Zo voorgesteld, zo gedaan. Het toen door mij gemaakte sjabloon heb ik nog altijd bewaard.


Het sjabloon zoals John van der Ree dat van Bram de Hooge kopieerde.

Hoe zette Bram zelf het logo op het klankvel van de bassdrum? Het was, bij monde van Bram, heel simpel: met potlood lettercontouren trekken middels het sjabloon en invullen met zwarte viltstift. Dit was waarschijnlijk de aangepaste procedure; op Bram's eigen sjabloon zag je aan de randen zwarte (plakkaatverf o.i.d.?) resten. Hij deed het wellicht eerder op andere wijze? Het was bijna van een ontluisterende 'lulligheid', maar toch ook wel simpel mooi en zeer 'des Westends'.Wie had dit logo ontworpen? Naar eigen zeggen Bram zelf, met wat hulp. Van wie was die hulp gekomen; dat kon hij zich niet meer herinneren.

Waren de ketels nog voorzien van het Westendmerkje, vroeg Bram? Hij had nog wel het (eerste) driehoekige merkplaatje op voorraad. Hoeveel had ik er nodig? Ik vond dat een genereus gebaar van de meester zelf; inderdaad, service van de zaak. Een Westendsleuteltje; ik heb Bram er naar gevraagd en nooit een te zien gekregen, een Premiersleuteltje voldeed ook. Je wilde behoudens stokken en divers klein spul toch wat substantieels bij Bram kopen.
In de nogal rommelige etalage stonden wel eigen fabrikaat fiberkoffers - de laatste? Bram stelde dat zijn product onverslijtbaar was en ik moet dat beamen. Ik kocht ze met een zekere gretigheid voor een plezierige prijs en Bram was, naar mijn idee, blij dat hij ze kwijt was. Hij zou ze nog een enkele maal, op bestelling, vervaardigen.

De winkel liep op z'n laatste benen; Bram's zieke vrouw verscheen soms plotsklaps in nachtjapon in de winkel. Hij bracht haar dan terstond naar de woonruimte boven de winkel en verontschuldigde zich vervolgens. Nergens voor nodig, meneer de Hooge; dat hoorde er op dat moment gewoon bij. De winkel raakte allengs leger. Het geisoleerde pand rechts naast het oude ziekenhuis zou afgebroken worden; er moest een parkeerplaats komen. Een parkeerplaats g.v.d. - alle reden om te somberen. Toch heb ik 't idee dat die hele afbraakprocedure nog lang geduurd heeft.

En dan fiets je op een dag over het Westeinde en zie je De Hooge's pand tot een berg stenen, dakpannen en hout gereduceerd, om even later afgevlakt te worden tot die verdomde parkeerplaats. Daar werd ik toen goed misselijk van. Waar kon je nu nog met een expert samenzweren over slagwerk? Servaas, Suiker en Van de Rest vormden geen alternatief. Bram zag ik terug bij Florencia in de Torenstraat, koffiedrinkend en soms in het gezelschap van Dolf Brouwers (Sjef van Oekel), toenmalige bewoner van het Slijkeinde. Hij was nog altijd even vriendelijk en vroeg soms of ik de Westend nog in bezit had. Mijn antwoord luidde 'van een kunstwerk doe je geen afstand'; dat vond Bram wel vermakelijk.
Ik werd kunsthistoricus met als specialisatiegebied de grafische vormgeving. In stricte lijn met mijn vak beschouw ik Westendslagwerk dan ook als 'kunstwerken'. Vanaf 1954 (mijn geboortejaar - dat schept direct al een band) in de noodzakelijke variaties met verve, passie maar vooral veel liefde gemaakt. Dat zie je aan elk Westend 'stuk', groot of klein en het klinkt als geen ander. Als er vanaf 1954 driehonderd of vierhonderd sets gebouwd zijn, dan heet dat (in de kunst) 'beperkte oplage'. Fraai 'bewijs' dat wij hier met een exclusief kunstwerk binnen de muziekindustrie te maken hebben. Wellicht een enigszins eigenwijs idee gekoppeld aan mijn winkelontmoetingen met Bram de Hooge; een slagwerkkunstenaar met stropdas in stofjas. Op de site lees ik dat Bram 93 jaar oud geworden is. Naar ik hoop in goede gezondheid, meneer de Hooge.
Bram, een kleine innemende man, net zo 'welluidend' en onverslijtbaar als zijn Westenddrums.

John van der Ree


Vorige pagina: Het drumstel van Jay Baar (Q65)
Volgende pagina: Fotoalbums